5.7.2.2 Toleranties

Bij de tolerantie tussen het bouwkundige kader en het kunststof gevelelement moet rekening worden gehouden met lengteveranderingen die ontstaan door temperatuurverschillen.

Hoewel de theoretische uitzettingscoëfficiënt Alfa = 8*10-5/K is, heeft in de praktijk het (element)profiel nooit aan weerszijden de extreme afwijkingen ten opzichte van de verwerkingstemperatuur, maar bijvoorbeeld:

• buiten ± 15º C, dan is het binnen ± 20º C;
• buiten ± 40º C, dan is het binnen ± 25º C.

Ook een door TNO uitgevoerde studie naar de vervorming van kunststof profielen onder invloed van temperatuurwisselingen heeft duidelijk gemaakt dat de lengteveranderingen voor witte profielen in de praktijk lager liggen. Hierdoor wordt de praktische uitzettingscoëfficiënt ± 1 mm / m1/20º C, ofwel 0,25 mm/m1 element bij 5º C verschil.

Voor gekleurde profielen moeten de gegevens van de profielfabrikant in acht worden genomen. Vooral bij donkere tinten is de warmteabsorptie groter en kan de waarde oplopen tot circa 2.0 mm/m1.

Als basis en advies dient bij de kunststof gevelelementen ± 4 mm  omtrekspeling worden gerekend in verband met eventueel niet-voorziene afwijkingen en voor (nog) grotere elementbreedte.

Opmerking: Door een beproeving bij SKG-IKOB en referenties is aangetoond dat bij geringe of geen omtrekspeling dit niet tot problemen hoeft te leiden. Vooraf overleg, afstemming en vastlegging met de opdrachtgever in de toepassing hieromtrent is wel een dringend advies.

De TNO-studie toont geen verschil aan in bevestiging via doorschroeven of verankering.

In verband met de esthetische kwaliteiten van de aansluitingen van het gevelelement op het bouwkundige kader is het wenselijk om uit te gaan van een maximale omtrekspeling van 20 mm. Bij de onder aansluiting is de binnenmaat van het bouwkundige kader maatgevend voor de ruimte tussen het kozijn en de lekdorpel. Het kan vanwege maatafwijkingen van het bouwkundige kader voorkomen dat van deze regel afgeweken dient te worden, in overleg met de opdrachtgever.