3.2 Bepaling van de opbouw glas

De opbouw van het glas dient te worden vastgesteld overeenkomstig NEN 2608.

Glas van verschillende dikte en/of samenstelling, maar ook van verschillende leveranciers kan een verschil in kleur hebben. Hierdoor kan de kleurbeleving van verschillende naast of boven elkaar geplaatste ruiten anders zijn. Dit is een normaal verschijnsel. Daarnaast kunnen er bij glas dat bijvoorbeeld onder een hoek wordt geplaatst, reflecties optreden die in sommige situaties als hinderlijk worden ervaren. Bij meervoudig glas met grote afmetingen (vanaf circa 3 m2), een lengte:breedte verhouding van maximaal 1:2 (of andersom), en een relatief groot verschil in de glasdikten, kan een hinderlijke tijdelijke beeldvervorming optreden door bolling of holling van de zwakste ruit. Dit ontstaat door uitzetting of krimp van het glas in de spouw van het dubbelglas (isochore druk). Maatregelen zoals het beperken van slagschaduw over het glasoppervlak, afstand creëren tussen verwarming en glas (ca. 20 cm of meer) en het beperken van warmte absorberende vlakken achter het glas (gordijnen op ca. 15 cm of meer) verminderen ook het risico op thermische breuk. U kunt hierover het best contact opnemen met de glasleverancier.