10. Milieuaspecten

In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op VKG-gevelelementen en het milieu.
Achtereenvolgens komen aan de orde:

  • Pvc en het milieu;
  • Milieumaat van pvc;
  • Recycling;
  • VKG-recyclingsysteem;
  • Zonne-energie.

10.1 Pvc en het milieu

Pvc (polyvinylchloride) wordt geproduceerd uit de grondstoffen steenzout en aardolie. Bij alle vergelijkingen van milieueffecten van verschillende materialen blijkt steeds dat pvc uit milieuoogpunt een goede grondstof is. Zeker gelijkwaardig aan bijvoorbeeld staal, aluminium en hout. Zeer positief in die milieubeoordeling is dat de kunststof door mechanische recycling geschikt is voor hoogwaardig hergebruik.
In de verkrijgbare gerecyclede kozijnen zijn voornamelijk afsnijdresten verwerkt die in de fabriek ontstaan tijdens het productieproces (‘pre-consumer’). In toenemende mate bevatten zij gebruikt (‘post-consumer’) pvc afkomstig van afgedankte kozijnen.

10.2 Milieumaat van pvc

Pvc is een veilige en hoogwaardige grondstof die niet reageert met de omgeving. De huidige informatie toont overduidelijk aan dat er geen argumenten zijn om niet te kiezen voor pvc. Dat wordt ook ondersteund door de zogenoemde levenscyclusanalyses (LCA’s). In een levenscyclusanalyse worden de milieu-effecten van een product van de wieg (de grondstofproductie) tot het graf (de afvalfase) op een rij gezet. De levenscyclusanalyses tonen aan dat pvc-producten goed scoren in vergelijking met traditionele materialen als staal, aluminium en hout.

10.2.1 IVAM-rapportage

Door recycling van kunststof kozijnen is de milieuprestatie van het kunststof kozijn uitstekend. Dat komt naar voren in een nieuw uitgevoerde studie door IVAM UvA BV naar de milieubelasting van pvc.

10.2.2 ReCiPe-methode

Het rapport dat is gemaakt in het kader van het ketengericht afvalbeleid gebruikt voor het eerst de ReCiPe-methode. Deze methode beoordeelt 22 belangrijke milieueffecten. Het kunststof kozijn dat wordt gerecycled, presteert uitstekend. Beter dan over het algemeen wordt aangenomen. Ketengericht afvalbeleid is de aanpak van het ministerie van Infrastructuur en Milieu om de milieubelasting van afvalstromen te verminderen. Het beleid valt binnen het tweede Landelijk Afvalbeheerplan (LAP2). Daarin wordt ernaar gestreefd in 2015 voor zeven materiaalstromen 20 procent minder milieubelasting te realiseren ten opzichte van 2009. Een van deze stromen is pvc. Harry van Ewijk van het IVAM verrichte in opdracht van het ministerie een milieuanalyse voor pvc.

10.3 Recycling

Oude kunststof kozijnen worden mechanisch verwerkt. Dit gebeurt in gespecialiseerde recyclingfabrieken. Kunststof kozijnen worden versnipperd en de verschillende materialen worden volautomatisch gescheiden voor hergebruik. De pvc-snippers worden gereinigd en geëxtrudeerd tot pvc-korrels. De gerecyclede korrels kunnen weer gebruikt worden in nieuwe extrusieprofielen. Veelal gebruikt men ze als kernmateriaal met daar omheen een dunne laag nieuw pvc. Doordat hergebruik minder CO2-uitstoot veroorzaakt en minder energie kost, heeft dit een milieubesparend effect.

10.4 VKG-recyclingsysteem

De VKG is samen met haar leden sinds 1996 actief in de organisatie van de recycling van kunststof gevelelementen. Zij beheert het recyclingsysteem in Nederland in overleg met Europese instanties als EPPA en rapporteert aan het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De VKG regelt de kringloop van kunststof kozijnen in Nederland. Met een netwerk van depots in Nederland en bij het systeem aangesloten recyclingbedrijven in het buitenland zorgt de VKG voor de afvoer van kozijnen uit Nederlandse projecten voor hoogwaardig hergebruik. Sinds januari 2007 werkt dit systeem kostendekkend. We zamelen naast oude kozijnen ook het andere pvc-fabrieksafval in. Ook niet bij de VKG aangesloten bedrijven kunnen gebruikmaken van dit systeem. Bekijk de actuele depots en contactpersonen van het VKG-recyclingsysteem.

Figuur 9a: Vergelijking van de levenscyclus van 3 typen complete kozijnen per m: aluminium, pvc (afdanking via stort, afvalverbrandingsinstallatie en VKG) en
hout (2 en 1 levenscycli).

10.5 Zonne-energie

De zon geeft een enorme hoeveelheid energie af in de vorm van straling. Jaarlijks valt er circa 174.000 TW (terawatt) op de aarde, terwijl ons huidige energieverbruik ongeveer 12,5 TW bedraagt. Over Nederland wordt vaak gedacht dat zonne-energie niet efficiënt is, omdat hier te weinig zon schijnt gedurende het hele jaar. Dit is echter een misvatting. In één jaar ontvangt Nederland een energiehoeveelheid van de zon die gelijk staat aan 500 keer onze jaarlijkse elektriciteitsbehoefte en 60 keer onze jaarlijkse energiebehoefte. De producten die zonne-energie opwekken zijn in te delen in twee hoofdrichtingen. Deze tweedeling berust op het type energie dat wordt opgewekt. Met zonnecollectoren kan men warmte opwekken om bijvoorbeeld water te verwarmen. Met behulp van zonnepanelen kan men zonlicht omzetten in elektriciteit. Het grote verschil zit dus in het benutten van de warmte of het benutten van het licht van de zon. Het opwekken van warmte uit zonne-energie wordt ook wel thermische zonne-energie genoemd. Het opwekken van elektriciteit wordt ook wel het fotovoltaïsche proces genoemd. Als zonnepanelen worden geïntegreerd in gebouwen spreekt men over BIPV (Building Integrated Photovoltaics). Hierbij valt te denken aan het toepassen van zonnepanelen als paneelvulling in kunststof kozijnprofielen.

10.5.1 Zonnepanelen

Een zonnepaneel, ook wel een fotovoltaïsch of PV-paneel genoemd, is een elektrische cel die lichtenergie omzet in bruikbare elektrische energie. Hiertoe wordt een groot aantal fotovoltaïsche cellen op een (glas)paneel gemonteerd. Er zijn diverse celtypen ontwikkeld. In onderstaande tabel 10a is een overzicht gegeven van verschillende celtypen en hun eigenschappen.
Zonnecellen kunnen op twee manieren worden gebruikt: autonoom of netgekoppeld. Autonome systemen bestaan uit zonnecellen, accu’s en een laadregelaar. Als de zon schijnt wordt elektriciteit geproduceerd, die wordt verbruikt door apparaten of wordt opgeslagen in accu’s.
Een netgekoppeld PV-systeem bestaat uit de volgende onderdelen:

• PV-panelen die zonlicht omzetten in elektriciteit (gelijkstroom);
• bekabeling en (bij grotere systemen) koppelkasten voor transport van de elektriciteit;
• omvormer of inverter, een apparaat dat de opgewekte gelijkstroom omzet naar wisselstroom.

Bij netgekoppelde systemen produceren de PV-panelen gelijkstroom, die door een omvormer wordt omgezet in bijvoorbeeld 230 V-wisselstroom. De omvormer is gekoppeld aan de normale elektrische installatie van het gebouw.

Tabel 10a

10.5.2 Zonnecollectoren

Bij actieve thermische zonne-energiesystemen wordt de energie van de zon omgezet in warmte in een zonnecollector. In Nederland worden zonnecollectoren vooral gebruikt voor het verwarmen van tapwater. Het systeem van collector en opslag wordt een zonneboiler genoemd. Er zijn diverse zonneboilersystemen op de markt die ieder hun eigen opbouw kennen.
Zonnecollectoren voor ruimteverwarming komen veel minder voor, omdat de behoefte aan ruimteverwarming het grootst is in de wintermaanden en de opbrengst dan relatief laag is. De aandacht voor de combinatie van tapwaterverwarming en ruimteverwarming is wel groeiend.

Een zonneboilersysteem bestaat uit de volgende componenten:

• een collector;
• het voorraadvat;
• de naverwarming (tapwater tot een temperatuur van 60° C);
• het warmte afgiftesysteem (bij ruimteverwarming).

Er zijn tal van systemen beschikbaar. Ieder systeem stelt zijn eigen eisen aan de plaatsing en montage van de collector, het voorraadvat en de leidingen. Integratie van zonnecollectoren dient met zorg te gebeuren. Daarom is het raadzaam om al in een vroeg stadium van het ontwerpproces te overleggen met een specialist/leverancier voor een optimaal resultaat