5. Montage & Bouwplaats

In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op montage van de VKG-gevelelementen en de bouwplaats. Achtereenvolgens komen aan de orde:

• Transport van de fabriek naar de bouwplaats;
• Controle;
• Transport op de bouwplaats;
• Opslag;
• Voorzorgsmaatregelen tegen beschadigingen;
• Herstellen van beschadigingen op de bouw;
• Montage kunststof VKG-gevelelementen op de bouwplaats;
• Voegen tussen gevelelementen en bouwkundig kader.

5.1 Transport van de fabriek naar de bouwplaats

Evenals andere bouwonderdelen vereisen VKG-gevelelementen een eigen behandelingswijze. Het in acht nemen van voorzorgsmaatregelen draagt bij tot een goed eindproduct. VKG-Gevelelementen dienen bij in- en extern transport en bij (tussen)opslag op geschikte transportmiddelen te worden vervoerd en/of opgeslagen. VKG-gevelelementen moeten afdoen tegen beschadiging en vervuiling worden beschermd. Direct contact van de gevelelementen onderling en/of met wanden en/of met bodem moet worden voorkomen.

5.2 Controle

Bij aflevering van de gevelelementen op de bouwplaats dient de opdrachtgever zich ervan te overtuigen dat de elementen vervaardigd zijn conform de overeenkomst. Verder mogen de gevelelementen geen zichtbare gebreken vertonen. 

5.3 Transport op de bouwplaats

Lossen en horizontaal en verticaal transport op de bouwplaats moet met de nodige voorzichtigheid geschieden. Tijdens deze transporten mogen er geen belastingen voorkomen die de gevelelementen kunnen vervormen of beschadigen. (Ver)laden, lossen en opslaan geschiedt voor rekening en risico van de opdrachtgever.

De opdrachtgever dient in de bouwplanning rekening te houden met extra windverlet bij het transport en de montage van gevelelementen en/of componenten.

5.4 Opslag

De opslagplaats dient vanaf de openbare weg goed bereikbaar te zijn voor normale transportmiddelen. Veel beschadigingen kunnen worden voorkomen door de VKG-gevelelementen deugdelijk in een droge ruimte op te slaan.

Voor opslagruimte komt in aanmerking:

• een aparte loods;
• een container;
• een aparte ruimte op de vloer van het in aanbouw zijnde gebouw.

Buitenopslag is alleen verantwoord als de materialen royaal vrij van de grond staan en voor zover noodzakelijk voldoende zijn afgedekt en belucht. Het verdient aanbeveling de opslagperiode op de bouwplaats zo kort mogelijk te houden. Indien kunststof geveldelen verpakt worden opgeslagen, moet rekening gehouden worden met eventuele schade veroorzaakt door condensvorming.

5.5 Voorzorgsmaatregelen tegen beschadigingen

De voorzorgsmaatregelen tegen beschadigingen worden mede bepaald door de methode van bouwen, de organisatie van de bouw en in welke fase van de bouw de elementen worden gemonteerd. Het is in elk geval wenselijk dat de opdrachtgever met de VKG Keurmerk gevelelementenfabrikant vroegtijdig overlegt hoe beschadigingen zijn te voorkomen. Dit is van groot belang, omdat sommige beschadigingen (bijvoorbeeld veroorzaakt door staalslijpsel, boorkrullen en lassen) vrijwel niet te herstellen zijn. Het moet worden benadrukt dat het voorkómen van beschadigingen door het kiezen van een juiste werkmethode of organisatie van de bouw altijd effectiever is dan welk herstel ook. Het verdient daarom aanbeveling de elementen pas te plaatsen na het gereedkomen van de ruwbouw. De detaillering en planning dienen dan ook zodanig te zijn, dat montage in een laat stadium van de bouw kan plaatsvinden. Hierdoor en door beschermende voorzieningen aan het VKG-gevelelement aan te brengen is de kwaliteit van het VKG-gevelelement gewaarborgd.

De opdrachtgever dient tijdens de bouwperiode te voorkomen dat de elementen beschadigd raken.

Wanneer werkzaamheden, zoals beton storten, metselen, pleisteren en voegen in de onmiddellijke nabijheid van reeds gemonteerde kunststof elementen moeten worden verricht, dienen deze elementen door de opdrachtgever doelmatig te worden beschermd om beschadigingen en/of chemische aantasting te voorkomen.

Cementspatten en/of andere alkalische verontreinigingen dienen onmiddellijk door de opdrachtgever, met ruim water te worden verwijderd, daar cement, cementwater en/of andere alkalische verontreinigingen oppervlakken, en ook glas, aantasten.

5.6 Herstellen van beschadigingen op de bouw

Zowel voor als na de oplevering kunnen beschadigingen aan de oppervlaktebehandeling van de gevelelementen plaatsvinden. Het is niet of nauwelijks mogelijk beschadigingen onzichtbaar te herstellen. Haarkrassen kunnen worden weggewerkt door middel van poetsen. Scheurtjes in de kunststof kunnen met behulp van lastechniek of tweecomponentenvulmiddel worden hersteld, uitsluitend volgens de voorschriften van de profielleverancier.

In paragraaf 11 staat aangegeven hoe de controle na montage dient plaats te vinden.

5.7 Montage van kunststof VKG-gevelelementen op de bouwplaats

Achtereenvolgens komt aan bod:

  • 5.7.1 Algemeen;
  • 5.7.2 Muuraansluitingen;
  • 5.7.3 Aansluitdetails: eisen en adviezen;
  • 5.7.4 Verankering van VKG-gevelelementen;
  • 5.7.5 Waterkering en afdichtingsmaterialen;
  • 5.7.6 Bevestigingen;
  • 5.7.7 Controle;
  • 5.7.8 VKG-montagevoorschriften.
5.7.1 Algemeen

De aanvrager moet al bij de aanvraag de bouwtoleranties vermelden van de opening(en) waarin de gevelelementen moeten worden geplaatst en waarbij tevens rekening moet worden gehouden met de uitzettingscoëfficiënt van kunststof. Er behoort zo te worden geconstrueerd dat maatafwijkingen kunnen worden opgenomen ten gevolge van onder andere:

• toleranties van het kunststof gevelelement;
• temperatuurverschillen;
• toleranties van het bouwkundig kader.

5.7.6 Bevestigingen

Geadviseerd wordt om geen vensterbanken, radiatoren, gevelkachels, zonweringen en dergelijke aan de kunststof gevelelementen te bevestigen. Indien dit echter toch noodzakelijk is, mag hierdoor aan de buitenzijde van het gevelelement geen waterinfiltratie plaatsvinden.
De VKG-gevelelementenfabrikant dient ter plaatse in de kunststof profielen inwendige voorzieningen aan te brengen om de uitwendige bevestigingsconstructie aan te kunnen monteren. Hierdoor wordt de (punt)belasting overgebracht op het bouwkundige kader en wordt voor komen dat het gevelelement zelf wordt belast.
Ook bij het doorvoeren met leidingen of bedradingen mag geen waterinfiltratie voor komen. In het ontwerp kan daarmee rekening worden gehouden.

5.7.7 Controle

Na de montage dient te worden gecontroleerd of van elk VKG-gevelelement:

• de beweegbare delen en het hang- en sluitwerk goed en soepel functioneren;
• de beglazing onbeschadigd is (zie ook § 3.9.1);
• de aansluitingen op het bouwkundige kader correct zijn uitgevoerd;
• het oppervlak vrij van beschadigingen is met inachtneming van onderstaande;
• deuren en andere beweegbare delen niet aanlopen, schranken of ‘nekken’. Tevens mag de hangstijl niet wringen of torderen bij het openen of sluiten.

Voor binnen geldt een beoordelingsafstand van drie meter loodrecht op het oppervlak. Voor horizontale vlakken dient de beoordeling plaats te vinden onder een hoek van 15° met het oppervlak. Voor buiten geldt: beoordeling vanaf het maaiveld binnen een ooghoek van 45° (horizontaal/verticaal) en op een afstand van ten minste vijf meter voor het oppervlak van de gevel. In alle gevallen vindt beoordeling plaats met het ongewapende oog en bij diffuus daglicht. Eventuele afwijkingen mogen niet storend zichtbaar zijn.

De VKG-gevelelementenfabrikant controleert direct na montage elk geplaatst VKG-gevelelement. Uiteraard geldt dit niet voor elementen die niet door de VKG-gevelelementenfabrikant zijn gemonteerd.
Na montage door de VKG-gevelelementenfabrikant zullen de VKG-gevelelementen ‘fabrieksschoon’ worden opgeleverd. Hieronder wordt verstaan het eenmaal verwijderen van in het zicht zijnde kitresten, kitvlekken, raammerken, stickers en stickerlijmresten op glas, panelen en profielen van de gevelelementen. Het verwijderen van bouwvuil, stof, het wassen en zemen van de VKG-gevelelementen valt niet onder ‘fabrieksschoon’.

5.7.8 VKG montagevoorschriften

Als onderdeel van de kwaliteitsbewaking en borging van de montage van kunststof kozijnen, ramen en deuren zijn de VKG montagevoorschriften in het leven geroepen. Deze voorschriften behandelen zeven belangrijke aspecten van de montage en de voorbereiding daarvan.

5.8.1 Inleiding

Voegen zijn bestemd om de bewegingen van twee bouwdelen op te kunnen vangen en toch een water- en tochtdichte afsluiting te realiseren. Hier bedoelen we met ‘voegen’ de ruimte aan de buitenzijde tussen bouwkundig kader (metselwerk, beton, (hout)skeletsysteem, etc.) en het – gemonteerde – VKG-gevelelement.
Bij de voegen tussen VKG-gevelelementen en bouwkundig kader behoren de voegvorm, voegafmetingen en het gekozen afdichtingsmateriaal goed op elkaar te worden afgestemd.
De kwaliteit van de voeg wordt mede bepaald door de werkwijze van het afdichtingsbedrijf. Het is daarom van belang dat er schriftelijke afspraken worden gemaakt tussen opdrachtgever en VKG-gevelelementenfabrikant over de toelaatbare toleranties en de maximale beweging van de bouwdelen. Indien hiermee in het ontwerpstadium onvoldoende rekening is gehouden, kunnen de voegafmetingen zodanig afwijken dat de toegepaste afdichting niet meer functioneert.

Bij VKG-gevelelementen dient in principe voor de band-voegconstructie te worden gekozen. Dit in verband met het onderhoudsgevoelige karakter en de duurzaamheidsaspecten.

5.8.2 Materialen

Voor de voeg aan de buitenzijde tussen bouwkundig kader en het VKG-gevelelement komen de volgende materialen in aanmerking:

• migratievrije kunststof of uv-bestendige kunstrubber profielen, die eventueel door middel van overlapping worden aangebracht. Dit aansluitingsprofiel verschilt per raamsysteem. Het kunnen standaard- of speciaal ontwikkelde profielen zijn;
• afdichtingsband met een zogenoemde open celstructuur (voorgecomprimeerd band). In verband met zowel waterdichtheid als duurzaamheid moet de band tot ten minste 25% van zijn oorspronkelijke ongecomprimeerde afmeting zijn gecomprimeerd.

Voor de voeg aan de binnenzijde tussen bouwkundig kader en het VKG-gevelelement komen de volgende materialen in aanmerking:

• elastisch afdichtingsschuim. Wanneer de voorschriften van de leverancier correct opgevolgd worden kan purschuim gebruikt worden dat voor 25% elastisch blijft na uitharding;
• afdichtingsband met een zogenoemde open celstructuur (voorgecomprimeerd band). In verband met zowel waterdichtheid als de duurzaamheid moet de band tot ten minste 25% van zijn oorspronkelijke ongecomprimeerde afmeting zijn gecomprimeerd.

5.8.3 Schuimbanden

Een steeds groter toepassingsgebied vinden de rubberachtige dichtingsprofielen en de kunststof dichtingsbanden, zoals de geïmpregneerde schuimbanden.
Als dichtingsprofielen worden gebruikt, zijn de kunststof raamprofielen veelal van een uv-bestendige kunstrubber bevestigingskamer voorzien.

Kunststof dichtingsbanden zijn er in grote verscheidenheid, zoals:

• met open of gesloten cellen;
• niet- en zelfklevend;
• geïmpregneerde schuimbanden.

Het aanbrengen van de dichtingsprofielen en/of -banden dient zodanig te geschieden, dat ook na verloop van tijd geen openingen of lekkages ontstaan. Het materiaal mag bijvoorbeeld niet worden opgerekt en om hoeken getrokken. De te gebruiken materialen dienen verouderingsbestendig te zijn. In verband met het goed functioneren van de voegafdichtingen dient men rekening te houden met de ruwheid van de voegwanden.

Profielen van massief rubber dienen te voldoen aan de eisen conform NEN 5656, schuimbanden aan de eisen conform NEN 3413.