4.11.2 Verstijvingen
4.11.2.1 Metalen verstijvingen
Inwendige en uitwendige versterkingsprofielen van thermisch of senzimir verzinkt staal, die aan de binnenkant zijn geplaatst, moeten zijn voorzien van een zinklaagdikte met een zinklaaggewicht van ten minste 100gr/m² conform NEN-EN 10346:2015 tabel 12 .(Z100)
Bij een zinklaaggewicht van 100gr/m² dient de gemiddelde waarde 7μm te zijn, waarbij de gemeten waarden binnen een range van 5 tot 12 μm moeten liggen . Uitwendige versterkingsprofielen, die aan de buitenzijde aangebracht zijn, moeten voldoen aan NEN-EN-ISO 1461.
Bepalingsmethode:
Bij de periodieke controles bij de certificaathouder wordt steekproefsgewijs de zinklaagdikte op de aanwezige versterkingsprofielen gemeten met behulp van een daartoe geschikte laagdiktemeter.
Kopse kanten, zaagsneden, boorgaten en dergelijke van deze verstijvingsprofielen dienen als volgt te worden behandeld:
• verstijvingsprofielen met een wanddikte van minder dan of gelijk aan 2 mm hoeven niet te worden behandeld;
• verstijvingsprofielen met een wanddikte van meer dan 2 mm:
- uitwendig buiten met zinkstofcompound;
- uitwendig binnen met zinkstofcompound;
- inwendig gesloten hoeven niet te worden behandeld;
- inwendig open met zinkstofcompound;
- uitwendige verstijvingskokers, aan de buitenzijde van het VKG-gevelelement aangebracht, dienen te voldoen aan NEN 1461.
4.11.2.2 Andersoortige verstijvingen
Als aangetoond kan worden dat alternatieve manieren van versterken in de toepassing voldoende sterkte en stijfheid hebben, kunnen deze i.p.v. staalversterkingen toegepast worden. De alternatieven kunnen zowel onlosmakelijk geïntegreerd zijn in het gevelelement zelf alsook inwendig en/of als uitwendige versterking (aan de binnenzijde of buitenzijde van het gevelelement) aangebrachte profielen zijn.
Als deze alternatieven niet gevoelig zijn voor vocht, corroderen, etc. is geen extra behandeling van de kopse kanten, zaagsneden, boorgaten en dergelijk noodzakelijk. Indien deze alternatieven wel gevoelig zijn voor vocht, corroderen, etc. moeten maatregelen getroffen worden om inwerken van vocht, corroderen, etc. te voorkomen. Deze maatregelen kunnen zijn het aanbrengen van een corrosiewerende laag, aanbrengen van een kunsthars, etc.
4.11.2.3 Afdichtingsmaterialen
Afdichtingsmaterialen moeten een zodanige samenstelling hebben en zo zijn aangebracht dat zij niet kunnen vastvriezen. Dit geldt voor afdichtingsmaterialen:
• tussen beweegbare delen en het kozijn;
• als opsluiting van de glas- en/of dichte panelen;
• als aansluiting tussen kunststof VKG-gevelelement en bouwkundig kader of stelkozijn.
Afdichtingsmaterialen die door hun ‘sponsachtige’ samenstelling of structuur vocht kunnen opnemen zijn niet toegestaan. Afdichtingsmaterialen aan de buitenzijde als aansluiting tussen kunststof VKG-gevelelement en bouwkundig kader moeten bestand zijn tegen atmosferische invloeden (bijvoorbeeld uv-bestendig).